Oefenen met de dood


De dagen, klein en geniepig kwaken door mijn hoofd,
met korte stootjes als een vals gestemde piano. Onverdoofd
kan ik niet wakker worden. Sinds nu heb ik me verstopt;
besprenkeld met de geur van oma; een oud brood in de hand.
Zo drijf ik in een rieten mand van oever naar oever en droom.

Ik droom van fietsen zonder handen; zakken apenootjes
en dieren uit zilverpapier. Een giraffe duidt zijn tong naar
vogels die ik niet ken. Ze lijken beschilderd door Miro.

 


Comments

Gwendelyn

Tue, 13 Jan 2009 01:19:17

Wat denk je, Ruud? Volgt na de dood het nieuwe of het eeuwige herbeleven? Of is het herbeleven de ware dood?

Je eerste zin vind ik erg aangenaam en treffend. De dubbele puntkomma verdient mijn twijfel. Ergens vind ik ze stijlmatig storend, ergens staan ze mooi voor een zin die niet stopt en niet doorgaat. De voorbereiding op de dood.

Groet,

Een oude DT-kennis,
Gwendelyn

 

Sun, 22 Feb 2009 12:35:41

zij zijn om gelezen te worden heel schoon

 



Leave a Reply


Create a free website with Weebly